BIER PONG SPEL
Bier Pong (van het Engelse Beer Pong),
ook bekend als ‘Beirut’, is een drinkspel. Bij Bier Pong moeten de spelers
een balletje over tafel gooien om te proberen dit balletje in de bekeropstelling
van de andere spelers terecht te laten komen. Deze bekers zijn meestal gevuld
met bier of water.Het spel wordt meestal gespeeld met twee ploegen van twee tot
vier spelers. Naargelang de grootte van de tafel is het ook mogelijk een
kruisige opstelling te vormen waarbij men met vier ploegen speelt. Elke ploeg
heeft aan zijn kant een driehoekige opstelling van bekers. De meestgebruikte
opstelling bestaat uit zes bekers (3-2-1) of tien bekers (4-3-2-1).De regels
liggen niet echt vast en verschillen per locatie, al wordt het spel altijd
gespeeld volgens hetzelfde basisprincipe.Als Bier Pong als drinkspel wordt
gespeeld is het voornaamste doel de andere speler(s) zo snel mogelijk dronken te
krijgen.
- Ploegen
- Bier Pong wordt meestal in twee
ploegen van twee gespeeld. Het is eveneens mogelijk het spel te spelen met
twee ploegen van meerdere personen of vier ploegen van twee of meer
personen. Elke ploeg begint het spel al staand achter hun opstelling van
bekers.
- Speelveld
- Het spel is bedoeld voor
pingpongtafels, maar dit is niet noodzakelijk. Een gewone eettafel volstaat
eveneens. Verschillende bedrijven bieden daarnaast professionele tafels aan.
- Benodigdheden
- Elk team heeft één normale
pingpongbal en zes tot twaalf bekers (van (hard)plastic). Aan elke kant van
de tafel wordt met zes tot tien bekers een opstelling gemaakt in de vorm van
een driehoek. Met zes bekers is dit (3-2-1), met tien bekers (4-3-2-1). Deze
opstelling staat tegenover die van de andere ploeg. Elke ploeg heeft ook
één tot twee bekers met water, die gebruikt worden om de bal te reinigen.
- Vaardigheden
- Voor het spel zijn enkele vaardigheden
nodig. Spelers dienen vooral redelijk bestand te zijn tegen alcohol, een
goed diepte-inzicht om afstanden te bepalen, en eveneens een bepaalde
techniek om te mikken is handig. Bij sommige spelvormen, naargelang de
huisregels, is een verdedigende vaardigheid ook meegenomen.
- Alcohol
- Het beste vult men de bekers ongeveer
halfvol met bier, maar het is eveneens mogelijk het spel te spelen met
water. In dat geval vult men de bekers met water. Water is echter evenmin
ongevaarlijk. Bij alcohol zal het spel wellicht vrij snel stoppen, maar bij
water is er geen limiet en is er de mogelijkheid dat een speler te veel
water opneemt en zo een watervergiftiging oploopt. Het wordt afgeraden het
spel te spelen met sterke drank of zware bieren.
- Spelverloop
- Zoals eerder vermeld, zijn er weinig
vaste spelregels. Zo heeft iedere campus zijn eigen manier van spelen. De
plaatselijke regels hebben vooral betrekking op het aantal bekers en
bijvoorbeeld op de vraag of de spelers verplichte gooitechnieken moeten
gebruiken. Volgens sommige plaatselijke regels dienen spelers meteen te
drinken wanneer er een beker geraakt wordt. Volgens andere dient een speler
indien hij niet in de beker zit een strafbeker te drinken. Sommige regels
bepalen ook de opstelling van de bekers. Zo is het naargelang de huisregels
mogelijk of een speler zijn bekers moet ‘herschikken’ nadat er één is
uitgevallen. Daarnaast bestaan er vele andere regels, die spelers zelf
kunnen blijven uitvinden. Nog een veelgebruikte regel is de rollbackregel.
Wanneer een ploeg tweemaal een punt maakt, moet de overstaande ploeg een
beurt overslaan en mag de ploeg die tweemaal op rij scoorde nog een bal
werpen. Na het schieten mag een ploeg de bal afkuisen in een beker met
water.
- Technieken
- Er zijn hoofdzakelijk drie
werptechnieken voor het spel. Deze hebben alle een voor- en nadeel. Bij de
boogbal probeert een speler de bal te werpen in een perfecte boog, zodat
deze in de beker valt. Dit is de efficiëntste manier, hoewel dan dient uit
te rekenen hoe hij een perfecte landing bewerkstelligt. Ook bestaat de kans
dat de bal een rand raakt en wegkaatst of begint te rollen. Indien er dan
verdedigende regels zijn, mogen spelers deze wegblazen. De beste techniek is
hier een onderhandse worp met de bal tussen wijsvinger en duim. Bij de
snelle bal of ‘laser’ probeert een speler de bal snel en recht in een
beker te gooien. Het probleem bij deze werptechniek is dat de precisie van
de bal sterk afneemt. Mikken wordt moeilijk. Het sterke aan een snelle bal
is het feit dat deze door zijn snelheid in meerdere bekers terecht kan
komen. Zo kan hij in een beker met de kant botsen en door dit contact er
weer uit vliegen in een andere beker. Bij de botsbal werpt een speler de bal
op de tafel en zal deze na een botsing in de beker terechtkomen. Naargelang
de huisregels mag deze slechts enkele malen botsen (een vast aantal keren,
zoals in het begin is vastgesteld) of mag men de botsbal verdedigen door
deze gewoon weg te nemen.
- Winst van het spel
- Naargelang de huisregels worden er een
aantal ronden gespeeld. Elke ronde wordt gespeeld totdat één ploeg al zijn
bekers kwijt is. Aan het einde van het spel zal degene die het meeste al
zijn bekers kwijt was, verliezen. In sommige huisregels kan men vooraf een
‘straf’ bepalen voor de verliezende ploeg. De straf is meestal een
bepaalde hoeveelheid alcohol nuttigen of een opdracht vervullen, zoals
‘streaken’.
-
-
- Hieronder vind u wat filmpjes ter
verduidelijking van het spel
-